Wat is de relatie tussen klimaatverandering en ontwikkelingslanden?
Print deze pagina
INHOUDSOPGAVE
- Inleiding
- Klimaatverandering
- Ontwikkelingslanden
- Gevolgen van klimaatverandering voor ontwikkelingslanden
- Wie is veranwoordelijk?
- Wat kunnen Nederlandse gemeenten doen?
- Wat kan jij doen?
Inleiding top
Je hebt vast wel eens op het nieuws gehoord dat het warmer wordt op aarde door klimaatverandering en dat de zeespiegel stijgt. Als dat zo door gaat zal de kans op overstromingen in Nederland en grote delen van de wereld veel groter worden. In Nederland hebben we het geluk te wonen in een rijk en inventief land. Dat zorgt ervoor dat we ons relatief goed kunnen weren tegen de zeespiegelstijging.
Ontwikkelingslanden liggen vaak in droge gebieden of op andere plekken waar klimaatverandering grote gevolgen zal hebben. Juist in deze landen heerst grote armoede. Onwikkelingslanden hebben geen geld om bijvoorbeeld dijken te verhogen of om bij droogte landbouwgrond van water te voorzien. Zij kunnen zich niet weren tegen de zeespiegelstijging. Klimaatverandering zal daarom de grootste gevolgen hebben in deze landen. En dat terwijl de rijke westerse landen vooral verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in het klimaat!
Klimaatverandering top
Het klimaat verandert doordat er steeds meer broeikasgassen in de atmosfeer komen. CO2 (koolstofdioxide) is het belangrijkste broeikasgas. Dit gas komt vrij bij de verbranding van de fossiele brandstoffen aardgas, aardolie en steenkool. CO2 heeft de eigenschap om warmte vast te houden. Als er steeds meer CO2 in de lucht komt, wordt het steeds warmer op aarde. Dit wordt het broeikaseffect genoemd. Fossiele brandstoffen worden verbrand om energie op te wekken, waarmee we goederen produceren, huizen verwarmen, auto's laten rijden en nog veel meer.
Zo lang de aarde bestaat, verandert het klimaat van zeer koud (er zijn bijvoorbeeld ijstijden geweest) tot zeer warm. In de middeleeuwen waren de zomers warmer dan nu en in de achttiende eeuw waren er een aantal zeer koude winters. De afgelopen eeuw is de gemiddelde wereldtemperatuur met ongeveer 0,7 graden Celsius gestegen. Voor deze veranderingen zijn er verschillende natuurlijke oorzaken te vinden. Sinds de industriële revolutie is er ook een niet-natuurlijke reden voor klimaatverandering, namelijk de extreme toename van broeikasgassen in de atmosfeer. Of de mens het klimaat beïnvloedt is het onderwerp geweest van vele discussies. Ondertussen zijn de meeste wetenschappers het hierover eens. Het Intergouvernementeel Overleg over Klimaatverandering (IPCC), bestaande uit 2500 wetenschappers, zegt sinds 1990 dat de mens het klimaat verandert.
Het energieverbruik in Nederland is de laatste jaren steeds verder gestegen. Dit wordt vooral veroorzaakt door het toenemende energieverbruik van huishoudens, de industrie en de groeiende hoeveelheid verkeer. Nederland en andere Westerse landen verbruiken veel meer energie dan ontwikkelingslanden. Zo gebruikt een Nederlander gemiddeld ruim 4 keer zoveel energie als een Braziliaan, bijna 7 keer zoveel energie als een Indonesiër, 16 keer zoveel als een Ethiopiër en 32 keer zoveel als een inwoner van Bangladesh. Ook verbruikt Nederland ruim twee keer zoveel energie als andere Europese landen, zoals Polen en Bulgarije.
Ontwikkelingslanden top
Een ontwikkelingsland is een land met grote armoede in verhouding tot ‘rijke landen’. Vaak gaat dit samen met een technologische, economische en medische achterstand. Een ontwikkelingsland is dan ook meestal een land dat nog geen hoog niveau van industrialisatie bereikt heeft. De verzameling ontwikkelingslanden worden ook wel Derde Wereld genoemd.
Er bestaat geen internationale lijst van ontwikkelingslanden. Dit komt doordat de meningen over wat een ontwikkelingsland typeert verschillen. Er zijn desondanks elf punten die, min of meer, kenmerkend zijn voor een ontwikkelingsland.
- een hoge staatsschuld
- een hoog percentage analfabeten
- een hoog sterftecijfer
- ondervoeding
- een hoog percentage boeren
- een hoog percentage kleine middenstand
- kinderarbeid
- weinig vrouwenemancipatie
- veel kinderen per gezin
- slechte hygiëne
- laag energieverbruik
De meeste landen in Afrika, Azië en Midden- en Zuid Amerika zijn bijvoorbeeld ontwikkelingslanden.
Gevolgen van klimaatverandering voor ontwikkelingslanden top
Hieronder vind je een aantal gevolgen van klimaatverandering voor ontwikkelingslanden.
Zeespiegelstijging:
De zeespiegel zal in 2080 naar verwachting ongeveer 40 centimeter hoger zijn dan de zeespiegel in 1990. Er zullen jaarlijks 94 miljoen mensen getroffen worden door overstromingen. Nu zijn dat er nog 13 miljoen. Van de toekomstige slachtoffers woont 60 procent in Zuid-Azië (kuststrook van Pakistan, Sri Lanka en Bangladesh) en 20 procent op de eilanden in de Caribische Zee en de Indische en Stille Oceaan.
Aantasting van kwetsbare ecosystemen:
Doordat de temperatuur zo snel stijgt, zullen sommige planten en dieren zich niet kunnen aanpassen. In het ergste geval zullen ze dan voorgoed verdwijnen. Daarnaast kunnen er bosbranden ontstaan door droogte en zal er door de opwarming van het zeewater veel koraal verdwijnen. Verder is het waarschijnlijk dat de woestijn zich uitbreidt en het permafrost ontdooit (bevroren land in bijvoorbeeld Siberië).
Waterkringloop:

Op dit moment leeft een groot gedeelte van de wereldbevolking in landen waar een tekort is aan schoon zoet water. Klimaatverandering zal het watertekort in verschillende regio’s alleen maar groter maken (zoals in het Midden-Oosten, Australië en Midden-Amerika). Andere gebieden in de wereld, zoals in grote delen van China en de Verenigde Staten, krijgen juist te kampen met meer water (en soms te veel water).
Verandering landbouw- en voedselproductie:
De gevolgen voor de landbouwproductie verschillen per gebied. Grote delen van Afrika, het Midden-Oosten en India worden waarschijnlijk droger. De landbouw zal daardoor achteruit gaan.
Gevolgen voor de volksgezondheid:
Door klimaatverandering kan een tekort aan voedsel en water ontstaan. Als het warmer en vochtiger wordt, kunnen ook ziektes zoals malaria zich over grotere gebieden verspreiden.
Wie is verantwoordelijk? top
Klimaatverandering zal ontwikkelingslanden hard treffen. Dat is erg onrechtvaardig omdat rijke Westerse landen de grootste veroorzakers zijn van het broeikaseffect. Amerika is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor 30% van de uitstoot van CO2! Rijke landen hebben de middelen om zich te weren tegen de zeespiegelstijging en veranderingen in landbouw- en voedselproductie. Dat geldt niet voor ontwikkelingslanden.
Wij hebben, met al ons energieverbruik, een grote verantwoordelijkheid op ons genomen. Het is dan ook niet meer dan logisch dat wij samenwerking zoeken met ontwikkelingslanden om hen te helpen met de gevolgen die klimaatverandering teweeg zal brengen. We kunnen bijvoorbeeld helpen bij het bouwen van dammen en het omvormen van de landbouw zodat die beter tegen extreme droogte of regen kan. We kunnen natuurlijk ook bijdragen aan een schone en veilige energievoorziening. In ontwikkelingslanden schijnt de zon meestal overdadig en dat is een goede bron voor duurzame energie! Hiermee kan een land zich ontwikkelen zonder extra CO2 uit te stoten. Je kunt hierover meer lezen in de module Duurzame Energie.
Wat kunnen Nederlandse gemeenten doen? top
Als je aan ontwikkelingshulp denkt, denk je waarschijnlijk niet aan een Nederlandse gemeente die deze hulp biedt. Misschien denk je aan het geven van grote hoeveelheden geld voor voedselhulp via een TV-show. Of misschien aan de landelijke overheid die geld uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking. Echter, ontwikkelingshulp is meer dan zomaar geld geven. Een gemeente kan veel doen om ontwikkelingslanden te helpen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering. De belangrijkste manier waarop een gemeente een ontwikkelingsland kan helpen is via een stedenband.
Een stedenband is een officiële bevestiging van een vriendschappelijke band tussen twee steden. Vaak begint het met lokale organisaties of scholen die projecten organiseren samen met lokale organisaties of scholen in een bepaalde gemeente in het buitenland. De gemeente ondersteunt deze initiatieven dan door officieel een stedenband aan te gaan met die andere stad. Een stedenband met een stad of regio in Azië, Afrika of Latijns-Amerika heeft meestal ontwikkelingssamenwerking tot doel. Meer dan driekwart van de Nederlandse gemeenten heeft een stedenband met een gemeente in het buitenland. Binnen een stedenband zijn er verschillende manieren waarop een gemeente een ontwikkelingsland kan helpen met de gevolgen van klimaatverandering. Hieronder volgen een aantal voorbeelden.
Duurzame hulpverlening:
Doordat gemeenten in Nederland veel ervaring hebben met het gebruik van duurzame energie, kunnen zij ontwikkelingslanden helpen met deze vorm van energie. Een voorbeeld hiervan is het zonne-energieproject van de gemeente Utrecht:
In 2001 voerde de gemeente Utrecht een zonne-energieproject in León (Nicaragua) uit. Utrecht heeft een stedenband met León. Het project speelde in Clarisa Cárdenas, twintig kilometer buiten deze stad. In 1998 heeft de orkaan Mitch in deze plaats bijna alle huizen verwoest. Met hulp van de stedenband zijn de woningen op een veilige plek herbouwd en is het volgende bereikt met zonne-energie:
- elektrisch licht in de nieuwe huizen.
- een pomp voor drinkwater.
- koelkasten voor medicijnen en vaccins in zes gezondheidsposten op het platteland van León.
Aangemoedigd door het succes in Clarisa Cárdenas gaat er nu een nieuw zonne-energieproject van start in de naburige gemeenschap Los Barzones.
Voorlichting:
Een andere vorm van hulp is voorlichting. Nederlandse gemeenten kunnen in ontwikkelingslanden helpen met het voorlichten van de bewoners over klimaatverandering en wat zij daaraan kunnen doen. Een voorbeeld hiervan is het milieuproject van de gemeente Haarlem:
De gemeente Haarlem startte in 1999 een milieuproject in samenwerking met de gemeente
Mutare in Zimbabwe. Het doel was om bewoners in beide gemeenten voor te lichten over milieuvraagstukken en ervoor te zorgen dat zij meer rekening houden met het milieu. De gemeenten deden dit niet alleen maar samen met particuliere organisaties. In deze intensieve samenwerking werden veel ideeën en inzichten uitgewisseld waardoor milieuproblemen, waaronder klimaatverandering, beter kon worden aangepakt.
Helpen met opzetten duurzame bedrijven:

Het is natuurlijk veel beter als mensen uit ontwikkelingslanden hun eigen inkomsten kunnen verdienen. Nederlandse gemeenten kunnen ontwikkelingslanden hiermee helpen. Een voorbeeld hiervan is het biodieselproject van de gemeente Tilburg in Same in Tanzania:
De gemeente Tilburg heeft samen met de congregatie 'Brothers of Jesus the Good Shepherd' uit Same in Tanzania in maart 2005 een plantage opgezet. De planten op deze plantage leveren olie (biodiesel) die opgestookt kan worden (voor vervoer en elektriciteit). Hierdoor krijgt de congregatie een goed inkomen, waardoor ze geen hulp meer nodig hebben. En tegelijkertijd gaan ze klimaatverandering tegen doordat ze duurzame energie leveren.
Wat kan jij doen? top
Nu je al het bovenstaande hebt doorgelezen, krijg je misschien zin om ook iets te doen. Nou dat kan! Hieronder noemen we een aantal mogelijkheden.
Actief op school:
Wil je op school iets doen met ontwikkelingslanden? Spreek je docent(e) daar eens op aan! Op www.rechtoponderwijs.nl, www.aliceO.nl of www.cossen.nl vind je informatie over projecten en lespakketten.
Word donateur:
Je kunt ook geld geven aan een organisatie die zich inzet voor ontwikkelingslanden. Kijk bijvoorbeeld op www.novib.nl, www.terredeshommes.nl, www.cordaid.nl, www.icco.nl, www.plannederland.nl of www.hivos.nl. Binnenkort vind je op www.donateursvereniging.nl een databank met alle 800 organisaties voor goede doelen. Door een vergelijking van doelstelling, activiteit en doelgroep kun je bepalen welke organisatie jij wilt steunen.
Begin bij jezelf. Koop eerlijk!

Je kunt besluiten om zoveel mogelijk eerlijke producten te kopen. Bij eerlijke producten wordt geen misbruik van mensen gemaakt (bijvoorbeeld door slavenhandel) en wordt het milieu zo min mogelijk belast. Biologische produkten zijn bijvoorbeeld eerlijk omdat er bij de produktie geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Je kunt ook kiezen voor Fair Trade (eerlijke handel) produkten. Bij deze produkten krijgen de kleine boeren in ontwikkelingslanden een eerlijke prijs voor hun handelswaar (bijvoorbeeld koffie of bananen). Ze kunnen van de opbrengst leven waardoor hun kinderen naar school kunnen en ze kunnen investeren in hun bedrijf. Kijk voor meer ideeën op de www.wereldwinkels.nl en www.fairtrade.nl.
Nog niet genoeg inspiratie gekregen? Kijk dan eens op www.moveyourass.nl.


